bakkerswinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

interieur van een bakkerswinkel
Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·kers·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakkerswinkel bakkerswinkels
verkleinwoord bakkerswinkeltje bakkerswinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

bakkerswinkel m [1]

  1. winkel waarin een bakker zijn producten verkoopt
     De oorsprong van Bolletje ligt in 1867, toen de familie Ter Beek in Almelo een bakkerswinkel opende. Sinds de pensionering van de laatste familiedirecteur tien jaar geleden, is de afstand tussen de familie Ter Beek en Bolletje steeds groter geworden.[2]
     Ook de Leemansmolen was te bezichtigen, terwijl in Den Ham de toren aan de Grotestraat beklommen kon worden. Ook kon een bezoek worden gebracht aan bijvoorbeeld een voormalige bakkerswinkel in de Voorstraat en het witte kerkje Hebron aan de Geerdijk.[3]
     De eigenaresse van de bakkerswinkel plaatste de foto in een opwelling op de facebookpagina van haar winkel. Het leverde haar via haar eigen post meer dan 22.000 likes op en via onze website werden nog eens miljoenen mensen bereikt.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Marthy Rothe “Weer Twents familiebedrijf verkocht” (06-10-2011), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Opening monumentendag bij stationsgebouw Vroomshoop” (12-09-2015), Tubantia
  4. Bronlink Weblink bron Simone van Zwienen “Hoe Daans (4) simpele briefje duizenden mensen raakte” (16-12-2015), Tubantia