bakkersschotel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·kers·scho·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakkersschotel bakkersschotels
verkleinwoord bakkersschoteltje bakkersschoteltjes

Zelfstandig naamwoord

bakkersschotel v / m

  1. smalle plank aan lange steel waarmee de bakker de broden in de oven schiet

Gangbaarheid