bakkeleien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·ke·lei·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bakkeleien
bakkeleide
gebakkeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

bakkeleien

  1. inergatief ruzie maken, kibbelen
    • Daarover is al veel gebakkeleid. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.