bakerpraatje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ker·praat·je

Zelfstandig naamwoord

bakerpraatje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bakerpraat

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Meer informatie