bakboter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·bo·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakboter bakboters
verkleinwoord bakbotertje bakbotertjes

Zelfstandig naamwoord

bakboter v/m

  1. (voeding) boter waaraan het merendeel van het normale vochtgehalte onttrokken is
    • Er werd enige tijd goedkopere bakboter verkocht om de Europese boterberg te verkleinen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.