bak brood

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak brood
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
broodbakken

bak brood

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van broodbakken
    • Ik bak brood. 
  2. gebiedende wijs van broodbakken
    • Bak brood! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van broodbakken
    • Bak je brood?