bajesklant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·jes·klant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bajesklant bajesklanten
verkleinwoord bajesklantje bajesklantjes

Zelfstandig naamwoord

bajesklant m

  1. iemand die in de gevangenis zit (of heeft gezeten)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.