bagagewagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ga·ge·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bagagewagen bagagewagens
verkleinwoord bagagewagentje bagagewagentjes

Zelfstandig naamwoord

bagagewagen m

  1. een aanhangwagen voor het vervoer van bagage
    • Op Schiphol komen veel bagagewagens voor. 
Vertalingen

Gangbaarheid