badmeester

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bad·mees·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord badmeester badmeesters
verkleinwoord badmeestertje badmeestertjes

Zelfstandig naamwoord

badmeester m

  1. (beroep) iemand die toezicht houdt bij zwembaden en vaak ook zwemles geeft
    • Iedereen die niet in het diepe durft te springen wordt door de badmeester ferm in het water gesmeten. 
     Wat ik me het best herinner van dat eerste schooljaar in Norrkôping was het zwembad, hoe ik voor het eerst van de driemeterplank durfde te springen, hoe een van de badmeesters me onder zijn hoede nam terwijl mijn klasgenootjes nog bezig waren met hun kurkgordels en me veel beter leerde borstcrawlen, met rechtere armen en mijn hoofd stil.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be