Naar inhoud springen

badend

Uit WikiWoordenboek
  • ba·dend
vervoeging van: baden
verbogen vorm: badende

badend

  1. onvoltooid deelwoord van baden
  • badend in het zweet
heftig zwetend
  Sprankelend en verfrissend, hoewel zij na een droom die hier betrekking op had steevast badend in het zweet wakker werd. Mislukt. Zij opende haar ogen en slaakte een zucht van onmacht en irritatie. [1] 
stellend
onverbogen badend
verbogen badende
partitief badends

badend

  1. tijdens het nemen van een bad
    • Hij schilderde een rivier met badende vrouwen. 
  1. Suzanne Vermeer: All-inclusive 2008