badehandklede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
To kvinner med badehandklede.
Twee vrouwen met badlakens.
(Paul Gustave Fischer "Badende kvinder")

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·de·hand·kle·de
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

badehandklede o

  1. badhanddoek, baddoek, badlaken
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   badehandklede     badehandkledet     badehandklede     badehandkleda  
genitief                
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               badehandkli  
genitief                
Synoniemen