baco

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Baco, Engelse sleutel of verstelbare moersleutel
Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·co
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord baco baco's
verkleinwoord bacootje bacootjes

Zelfstandig naamwoord

baco m

  1. (gereedschap) verstelbare moersleutel
    • De stage van Jalil Najafi is voortijdig gestrand. Maanden later maakt de Iraniër, een vriendelijke man met een baardje en een snelle glimlach, zich er nog steeds kwaad om. ,,Ze gebruikten altijd verkeerde namen voor gereedschap, ze wilden mij voor de gek houden! Zo begreep hij niet dat als hij een Bacardi moest halen, het eigenlijk om een baco ging (gereedschap, maar ook een afkorting voor Bacardi-cola). Het pesten werd steeds erger, zegt hij. ,,Ik wilde daar niet meer werken. Het ongenoegen was wederzijds: installatiebedrijf Verkaart stuurde hem na twee maanden de laan uit. ,,Een hele aardige jongen, zegt zijn mentor bij het bedrijf, Frank Bronkhorst, ,,maar ik had er niks aan. Zijn Nederlands was niet goed genoeg en hij maakte te veel fouten. [2] 
  2. (drinken) cocktail van BAcardi en COla
    • Als ik voorzichtig de deur opendoe, weet ik dat Zus ongeveer anderhalf uur alleen heeft moeten overbruggen. Er is dus een mogelijkheid dat ik binnen een gelukkig gezinnetje aantref. Of dat er ergens verspreid over de vloer een paar blinde kittens liggen, terwijl Zus op de bank met een baco My Super Sweet Sixteen aan het kijken is. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. baco op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Derk Stokmans 28 februari 2004
  3. NRC Renske de Greef 8 april 2011
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be