babyhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·by·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord babyhuis babyhuizen
verkleinwoord babyhuisje babyhuisjes

Zelfstandig naamwoord

babyhuis o

  1. een plek waar een moeder haar baby tijdelijk voor kortere of langere duur kan brengen als ze even niet meer voor hun baby kunnen zorgen

Gangbaarheid