babybed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

babybed bij het raam
Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·by·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord babybed babybedden
verkleinwoord babybedje babybedjes

Zelfstandig naamwoord

babybed o

  1. slaapplaats voor heel jonge kinderen
    • Lille is een perfecte weekendbestemming, ook met pasgeborenen. We kijken uit naar verblijfplekjes die de verhuizing van babybed, verzorgingskussen, flessenwarmer, speelbox, speelmat en wipstoeltje overbodig maken. [1] 
    • Het huis in Berchem is nog steeds klaar voor een thuiskomst van Donna. In de keuken liggen knuffels en de slaapkamer is ingericht. 'We hebben pas nog een groeibedje gekocht. Haar babybed was te klein geworden,' zegt Geertrui. 'Ik koop nog geregeld nieuwe kleertjes. Ze groeit snel.' [2] 
    • Moet een kind in de eerste weken van zijn leven niet juist hechten aan de ouders? Is het een bezwaar als iemand anders ’s nachts aan het babybed staat? „Waar het bij hechting om gaat, is dat moeder en kind elkaar goed leren kennen. En dat ouders in dit proces sensitief zijn, wat betekent dat ze passend en snel reageren op signalen van de baby en hun zorg afstemmen op wat het kind nodig heeft”, zegt Anneloes van Baar, hoogleraar Pedagogiek. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 05 APRIL 2014 Karel De Weerdt Culitrip met buggy
  2. De Standaard 08 MEI 2008 (bjm) 'We geven niet op'
  3. NRC Carlijn Vis 13 februari 2016 24/7 een superkraamhulp