baanzekerheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baan·ze·ker·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baanzekerheid baanzekerheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

baanzekerheid v

  1. het vertrouwen dat je mag hebben op het vinden van betaald werk
    • Volgens de werkgevers verhoogt die interne flexibiliteit juist de baanzekerheid voor vaste mensen. Want flexibiliteit is hard nodig om in het internationale concurrentiegeweld mee te kunnen komen, zeggen de werkgevers. [1] 
    • De brede welvaart blijft volgens Bas van Bavel, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, achter bij de ontwikkeling van het BBP. ,,Dat heeft zich de laatste jaren positief ontwikkeld, maar veel mensen zien daar niet veel van terug. Op het gebied van wonen en baanzekerheid zijn mensen nog steeds slechter af dan voor de crisis. Daar ligt echt een uitdaging voor de nieuwe regering.” [2] 
    • Door het economische herstel in de eurozone loopt de werkloosheid terug, ook onder jongeren. Deze tendens houdt naar verwachting aan. Toch zouden landen volgens Draghi meer moeten doen op het gebied van baanzekerheid voor werknemers en de inrichting van beroepsopleidingen om de jeugd vooruit te helpen. [3] 
  2. het vertrouwen dat je mag hebben in het behouden van de baan die je hebt
    • Ryanair heeft zijn piloten donderdag loonsverhoging beloofd en meer baanzekerheid. Dat staat in een brief van de Ierse luchtvaartmaatschappij aan het vliegend personeel die in handen is van persbureau Reuters. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen