baanschuiver
Uiterlijk
- Geluid: baanschuiver (hulp, bestand)
- IPA: / 'bansxœyvər / (3 lettergrepen)
- baan·schui·ver
- samenstelling van baan zn en schuiver zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | baanschuiver | baanschuivers |
| verkleinwoord |
de baanschuiver m
- (verkeer), (motortechniek) motorfiets met een lage achterover hangende zit
- ▸ TUBBERGEN - Nostalgie uit vervlogen tijden vierde hoogtij tijdens de Historische Motorrace die maandag in Tubbergen werd verreden. Tientallen oldtimer motoren, van de borrelklasse tot en met de baanschuivers, verschenen aan de start. Niet om te racen op het industrieterrein, maar om zo regelmatig en beheerst mogelijk manches te rijden. Showen en gezien worden was de opdracht.[1]
- (beroep) persoon die een ijsbaan schoonveegt; machine waarmee men een ijsbaan kan schoonvegen
- koevanger voorop een trein
- [2] baanruimer, baanveger
- Het woord baanschuiver staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Ronkende nostalgie in rustige regelmaat” (06-06-06,), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verkeer in het Nederlands
- Motortechniek in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal