baanbrekend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baan·bre·kend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen baanbrekend baanbrekender baanbrekendst
verbogen baanbrekende baanbrekendere baanbrekendste

Bijvoeglijk naamwoord

baanbrekend

  1. nieuwe wegen openend, innoverend
    De wetenschappers deden baanbrekend werk met het DNA van muizen.
Vertalingen


Afrikaans

stellend attributief
baanbrekend baanbrekende

Bijvoeglijk naamwoord

baanbrekend

  1. baanbrekend