bètablokker
Uiterlijk
- Geluid: bètablokker (hulp, bestand)
- IPA: / ˈbɛːtaˌblɔkər / (4 lettergrepen)
- bè·ta·blok·ker
- samenstelling van bèta en blokker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bètablokker | bètablokkers |
| verkleinwoord | bètablokkertje | bètablokkertjes |
de bètablokker m
- (medisch) een geneesmiddel met anti-ischemische, anti-aritmische en anti-hypertensieve eigenschappen, toegepast in de cardiologie en hematologie, waardoor o.a. de bloeddruk omlaag gaat
- De bètablokkers propanolol en atenolol zijn effectief gebleken bij de farmacotherapie van het specifieke subtype SAS en niet bij het gegeneraliseerde subtype.
- Het woord bètablokker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bètablokker" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 90 %
- Prevalentie Vlaanderen 88 %