bäöke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /bœːkɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bäöke
bäökdje
gebäök
zwak volledig

Werkwoord

bäöke

  1. krijsen
  2. huilen, janken