bâcler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

bâcler

  1. (spreektaal) afraffelen, in elkaar flansen
    «Claude n’avait pas encie de bâcler sa présentation.»
    Claude had geen zin zijn presentatie af te raffelen. [1]

Verwijzingen