avreise

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • av·rei·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse werkwoord reise met het voorvoegsel av-
Naar frequentie 26065
vervoeging
onbepaalde wijs avreise
tegenwoordige tijd avreiser
verleden tijd avreiste
voltooid
deelwoord
avreist
onvoltooid
deelwoord
avreisende
lijdende vorm avreises
gebiedende wijs avreis
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

avreise

  1. overgankelijk vertrekken, weggaan


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   avreise     m: avreisen
v: avreisa  
  avreiser     avreisene  
genitief   avreises     m: avreisens
v: avreisas  
  avreisers     avreisenes  

Zelfstandig naamwoord

avreise, m / v

  1. afreis, vertrek
    «Avreisens dag har kommet.»
    De dag van het vertrek is aangebroken.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • av·rei·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nynorske werkwoord reise met het voorvoegsel av-
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   avreise     avreisa     avreiser     avreisene  

Zelfstandig naamwoord

avreise, v

  1. afreis, vertrek
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen