avorter
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| avorter |
avortais |
avorté |
| eerste groep | volledig | |
avorter
- onovergankelijk (medisch) abortus plegen
- onovergankelijk een miskraam krijgen (bij dieren)
- in het geval van ongewild een miskraam krijgen bij vrouwen, zegt men eerder faire une fausse couche. [1]
- ↑
Weblink bron avorter in: Centre Nationale de Résources Textuelles et Lexicales, 2012