Naar inhoud springen

aveugle

Uit WikiWoordenboek
  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
aveugle aveugles

aveugle

  1. (medisch)  blind bn  [1]; niet kunnen zien
  2. (figuurlijk)  blind bn  [2]
  3. (figuurlijk)  blind bn  [3]
  4. (figuurlijk)  blind bn  [4]; een kamer of muur zonder ramen
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  aveugle     l'aveugle     aveugles     les aveugles  

aveugle m/v

  1.  blinde zn  [1]; iemand die blind is
vervoeging van
aveugler

aveugle

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van aveugler
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van aveugler
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van aveugler