avances

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avan·ces
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

avances mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord avance

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
avanzar

avances

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van avanzar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van avanzar