automutileer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·mu·ti·leer

Werkwoord

vervoeging van
automutileren

automutileer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van automutileren
    • Ik automutileer. 
  2. gebiedende wijs van automutileren
    • Automutileer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van automutileren
    • Automutileer je?