autocrossen
Uiterlijk
- Geluid: autocrossen (hulp, bestand)
- au·to·cros·sen
- samenstelling van auto zn en crossen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| autocrossen |
autocroste |
geautocrost |
| zwak -t | volledig | |
autocrossen
- inergatief (sport) met een auto crossen, aan autocross meedoen
de autocrossen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord autocross
- Het woord autocrossen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal