auto-ongelukje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to-on·ge·luk·je

Zelfstandig naamwoord

auto-ongelukje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord auto-ongeluk