auto's
Uiterlijk
- au·to's
de auto's mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord auto
- ▸ Hannah Melger, zei Hind, terwijl ze keek naar voorbijfietsende trenchcoats, slappe, goed ingepakte kinderlijfjes hobbelend in bakfietsen, glimmende auto's.[1]
- ▸ Achter de daken kon je het geluid van het plein horen: het geronk van bussen, toeterende auto's en het klaaglijke geschreeuw van melkbezorgers.[2]
- Het woord auto's staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑ Jessie Burton (vert. Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
auto's
- meervoud van auto
auto's
- meervoud van auto
auto's
- meervoud van auto
auto's
- meervoud van auto
auto's
- meervoud van auto
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Achterhoeks
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Achterhoeks
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nedersaksisch
- Woorden in het Sallands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Sallands
- Woorden in het Twents
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Twents
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Veluws