autarkie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·tar·kie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘het in eigen behoefte voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1669 [1]
  • afgeleid van het Griekse ἀρκεῖν met het voorvoegsel auto- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord autarkie autarkieën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

autarkie v

  1. (economie) (economische) zelfvoorziening [3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
22 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen