Naar inhoud springen

auguren

Uit WikiWoordenboek
  • au·gu·ren

deaugurenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord augur


vervoeging van
augurar

auguren

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van augurar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van augurar