augmentatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aug·men·ta·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord augmentatie augmentaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

augmentatie v

  1. (verouderd) vermeerdering, vergroting, uitbreiding
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be