auditief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·di·tief
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van auditie met het achtervoegsel -ief
  • afgeleid van het Franse auditif of daarvoor van het Latijnse 'auditivus'
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen auditief auditiever auditiefst
verbogen auditieve auditievere auditiefste
partitief auditiefs auditievers -

Bijvoeglijk naamwoord

auditief

  1. (medisch) met betrekking tot het gehoor
Vertalingen

Meer informatie