audiovisueel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·dio·vi·su·eel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen audiovisueel audiovisueler audiovisueelst
verbogen audiovisuele audiovisuelere audiovisueelste
partitief audiovisueels audiovisuelers -

Bijvoeglijk naamwoord

audiovisueel

  1. zichtbaar en hoorbaar
    We willen dit op audiovisuele wijze weergeven.
Verwante begrippen
Vertalingen