auberge
Uiterlijk
- 15de-eeuws leenwoord van Provençaals aubergo, van Oudprovençaals albergo, een afleiding van het werkwoord albergar, wat weer van het West-Germaans haribergôn "een leger onderbrengen" (zie ook Nederlands herbergen) komt, wat ook geleend is in andere Romaanse talen, bv. Spaans albergar [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| auberge | l'auberge | auberges | les auberges |
auberge v
- ↑ auberge (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.