attribuut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Petrus met sleutel als attribuut

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • at·tri·buut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord attribuut attributen
verkleinwoord attribuutje attribuutjes

Zelfstandig naamwoord

attribuut o

  1. voorwerp, behorend bij iets anders
    • Wielerschoenen, een fietshelm en handschoentjes zijn belangrijke attributen voor het wielrennen. 
    • De heiligen die zijn afgebeeld in heiligebeelden zijn te herkennen aan hun attributen. Zo kun je Petrus herkennen aan de sleutels. 
  2. (informatica) tot het wezen (de entiteit) behorende eigenschap
    • de attributen' 'naam', 'adres', en 'woonplaats' werden opgeslagen bij de entiteit 'klant 
  3. (taalkunde) bijvoeglijke bepaling, een woord of woordengroep die wat zegt over een zelfstandig naamwoord.
    • De vet gedrukte woorden zijn een duidelijk en helder attribuut. 
  4. rekwisiet
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie