attaques

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • at·ta·ques
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

attaques mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord attaque

Gangbaarheid


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

attaques mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord attaque

Werkwoord

vervoeging van
attaquer

attaques

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van attaquer
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van attaquer