atopia
Uiterlijk
- ato·pia
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | atopia | - |
| verkleinwoord |
atopia o
- het niet in staat zijn een mentale voorstelling (ook 'cognitieve kaart') te maken van de omgeving, waardoor iemand zich niet kan oriënteren
- Wie meermaals per week verdwaalt in de eigen omgeving, kan atopia hebben.