atheneum
Uiterlijk
- athe·ne·um
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schooltype’ voor het eerst aangetroffen in 1962 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | atheneum | athenea atheneums |
| verkleinwoord | atheneumpje | atheneumpjes |
het atheneum o
- (onderwijs) (in Nederland) school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
- (onderwijs) (in België) gemeenschapsschool voor secundair onderwijs
- Veel kinderen gaan in België naar het atheneum.
- Het woord atheneum staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "atheneum" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "atheneum" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ atheneum op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %