atavisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ata·vis·me
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘erfelijke terugslag’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • afgeleid van het latijn 'atavus' (betovergrootvader) met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord atavisme atavismen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

atavisme o

  1. (biologie) het opduiken bij een nakomeling van een kenmerk dat vroegere generaties bezaten, maar dat in tussenliggende generaties niet, of niet meer, voorkwam
Vertalingen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen