atactisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • atac·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen atactisch atactischer
verbogen atactische atactischere
partitief atactisch atactischers -

Bijvoeglijk naamwoord

atactisch [2]

  1. onregelmatig, onbeheerst
  2. (scheikunde) (van een polymeer) onregelmatig verdeelde R-groepen hebbend
Antoniemen

Gangbaarheid

46 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen