astigmatisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • astig·ma·tis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord astigmatisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

astigmatisme o

  1. (medisch) het onduidelijk zien, veroorzaakt door ongelijke breking van hoornvlies of lens
Verwante begrippen

Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be