assumeren
Uiterlijk
- as·su·me·ren
- uit het Frans
assumeren [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| assumeren |
assumeerde |
geassumeerd |
| zwak -d | volledig | |
- een standpunt innemen
- Het woord assumeren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "assumeren" herkend door:
| 60 % | van de Nederlanders; |
| 69 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be