associatief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·so·ci·a·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen associatief associatiever associatiefst
verbogen associatieve associatievere associatiefste
partitief associatiefs associatievers -

Bijvoeglijk naamwoord

associatief

  1. door verbinding van bewustzijnsinhouden en verwante voorstellingen (associatie) gevormd, daarop berustend

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie