assicurare

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·si·cu·ra·re

Werkwoord

assicurare overgankelijk

  1. verzekeren, garanderen
  2. vastmaken, bevestigen, zekeren
  3. (juridisch) verzekeren
    «assicurare la macchina contro il furto»
    zijn auto verzekeren tegen diefstal