assemblage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·sem·bla·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord assemblage assemblages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

assemblage v [3]

  1. (techniek) het in elkaar zetten van onderdelen tot een geheel
  2. product dat door assemblage ontstaat
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen