aspunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aspunt aspunten
verkleinwoord aspuntje aspuntjes

Zelfstandig naamwoord

aspunt [1]

  1. het puntige uiteinde van sommige assen (horloges)

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen