asbest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·best
enkelvoud meervoud
naamwoord asbest -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

asbest o

  1. (mineraal) verzamelnaam van een aantal silicaten met een vezelige structuur
    in Nederland waarschuwde de arbeidsinspectie in de jaren '30 al voor de gezondheidsgevaren van asbest. Het duurde tot 1993 voor het werken met het mineraal eindelijk werd verboden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie