asalto

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·sal·to
enkelvoud meervoud
asalto asaltos

Zelfstandig naamwoord

asalto m

  1. overval, aanval, bestorming
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
asaltar

asalto

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van asaltar

Verwijzingen