artistiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·tis·tiek
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kunstvaardig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen artistiek artistieker artistiekst
verbogen artistieke artistiekere artistiekste
partitief artistieks artistiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

artistiek

  1. aanleg hebbend voor het maken van kunst
    • De artistieke leraar had al diverse bladen gevuld met illustraties. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen