arrowroot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·row·root
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arrowroot arrowroots
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

arrowroot o

  1. (voeding) meel van de pijlwortel dat vaak wordt gebruikt als bindmiddel voor voedsel
    • Met een papje van arrowroot krijg je deze saus nog best goed. 
Vertalingen

Gangbaarheid

24 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen